Vakantiegeld Regels 2026: De Complete Gids voor Werkgevers

Vakantiegeld Regels 2026: De Complete Gids voor Werkgevers

Alles over Vakantiegeld en Vakantiedagen: Uw Gids als Werkgever

De zon schijnt, de temperaturen stijgen en uw medewerkers dromen van een welverdiende vakantie. Voor u als werkgever betekent dit dat de jaarlijkse uitbetaling van het vakantiegeld weer voor de deur staat. Een mooi moment, maar ook een proces dat nauwkeurigheid vereist. De vakantiegeld regels kunnen soms complex zijn, en een fout is snel gemaakt. Wat telt mee voor de berekening? Wanneer moet u uitbetalen? En hoe zit het precies met het opnemen van vakantiedagen?

Geen zorgen. Bij RR Belastingadvies begrijpen we dat een correcte loonadministratie de ruggengraat van uw onderneming is. Met meer dan 20 jaar ervaring helpen we ondernemers zoals u om alles vlekkeloos te laten verlopen. In deze gids nemen we u stap voor stap mee door alle wetten en regels rondom vakantiegeld en vakantiedagen.

Wat is vakantiegeld precies? De wettelijke basis

Vakantiegeld, ook wel vakantiebijslag genoemd, is een wettelijk verplichte toeslag die u aan uw werknemers betaalt. De basis hiervoor is vastgelegd in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WMM). Het doel is om werknemers extra financiële ruimte te geven voor hun vakantie-uitgaven.

De kernpunten van de wet zijn:

  • Minimaal 8% van het brutoloon: Iedere werknemer heeft recht op een vakantiebijslag van ten minste 8% van zijn of haar brutoloon van het afgelopen jaar (meestal van 1 juni tot en met 31 mei).
  • Opbouw over het brutoloon: De opbouw gebeurt over het volledige brutoloon, inclusief overwerk, provisies en eventuele prestatietoeslagen.
  • Uitzonderingen: Zaken als onkostenvergoedingen, een winstuitkering of een eindejaarsuitkering tellen doorgaans niet mee voor de berekening van het vakantiegeld.

Let op: in een cao of individuele arbeidsovereenkomst kan een hoger percentage dan 8% zijn afgesproken. Controleer dit dus altijd goed.

Vakantiegeld berekenen: Een praktisch voorbeeld

Het correct vakantiegeld berekenen is essentieel. Laten we een eenvoudig voorbeeld nemen om het te verduidelijken.

Stel, een werknemer heeft een vast bruto maandsalaris van € 3.200. De berekeningsperiode loopt van 1 juni 2023 tot en met 31 mei 2026.

  1. Bereken het totale brutoloon: € 3.200 x 12 maanden = € 38.400.
  2. Pas het percentage toe: 8% van € 38.400 = € 3.072.

De werknemer heeft dus recht op € 3.072 bruto vakantiegeld. Maar wat als een werknemer halverwege het jaar in dienst komt of vertrekt? Dan bouwt hij of zij vakantiegeld op over de gewerkte periode (pro rata). Ook bij ziekte loopt de opbouw van vakantiegeld gewoon door.

Belasting op vakantiegeld: Een belangrijk aandachtspunt is de belasting. Vakantiegeld wordt belast volgens het ‘bijzonder tarief’. Dit tarief is vaak hoger dan de loonheffing op het reguliere salaris. Dit komt doordat het vakantiegeld bovenop het jaarsalaris komt, waardoor het totale inkomen in een hogere belastingschijf kan vallen. Het lijkt misschien alsof het zwaarder belast wordt, maar over het hele jaar gezien klopt de heffing.

De uitbetaling van vakantiegeld: Wanneer en hoe?

De timing van de uitbetaling vakantiegeld is ook aan regels gebonden. De wet stelt dat het vakantiegeld minimaal één keer per jaar moet worden uitbetaald, en wel uiterlijk in juni. De meeste werkgevers kiezen ervoor om dit in mei of juni te doen, samen met het reguliere salaris.

Er zijn alternatieve afspraken mogelijk, zoals een maandelijkse uitbetaling. Dit moet echter expliciet en schriftelijk zijn vastgelegd in de arbeidsovereenkomst of cao. Dit zie je vaak bij oproepkrachten of parttimers.

Wanneer een werknemer uit dienst treedt, moet het opgebouwde vakantiegeld worden uitbetaald bij de eindafrekening, samen met eventuele openstaande vakantiedagen.

Meer dan geld: De regels rondom vakantiedagen opnemen

Naast vakantiegeld is het correct beheren van vakantiedagen een belangrijk onderdeel van uw rol als werkgever. We maken onderscheid tussen twee soorten vakantiedagen:

  • Wettelijke vakantiedagen: Dit is het wettelijk minimum. Per jaar heeft een werknemer recht op vier keer het aantal uren dat hij per week werkt. Voor een fulltimer (40 uur) zijn dit dus 20 dagen (4 x 40 uur / 8 uur per dag). Deze dagen vervallen zes maanden na het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd. De wettelijke dagen van 2026 vervallen dus op 1 juli 2025.
  • Bovenwettelijke vakantiedagen: Dit zijn alle extra vakantiedagen die bovenop het wettelijk minimum komen, vastgelegd in de cao of arbeidsovereenkomst. Deze dagen hebben een langere vervaltermijn van vijf jaar.

Het proces van vakantiedagen opnemen vereist een goede afstemming. Een werknemer dient een verzoek in, en u als werkgever moet dit in principe goedkeuren. U mag een verzoek alleen weigeren als er sprake is van ‘zwaarwegende bedrijfsbelangen’. Denk hierbij aan serieuze problemen voor de bedrijfsvoering als de werknemer juist in die periode afwezig is.

Laat uw loonadministratie zorgeloos verlopen

Het correct toepassen van de vakantiegeld regels en het bijhouden van vakantiedagen is een precisiewerkje. Fouten kunnen leiden tot naheffingen van de Belastingdienst en ontevreden medewerkers. Als ondernemer heeft u uw handen al vol aan de kernactiviteiten van uw bedrijf.

Met de persoonlijke aanpak van over An Harpal en de rest van ons team, zorgen we dat uw loonadministratie tot in de puntjes geregeld is. Onze heldere onze werkwijze garandeert dat u altijd weet waar u aan toe bent. Wilt u zeker weten dat uw administratie volledig voldoet aan de laatste wet- en regelgeving? Bekijk onze pakketten of neem contact op voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek. Wij nemen de administratieve last graag van uw schouders.